TEXT_SIZE

Groentje (Callophrys rubi)
Het groentje “Callophrys rubi” is een dagvlinder uit de familie Lycaenidae, de kleine pages, vuurvlinders en blauwtjes. Dit vlindertje is onmiskenbaar met de felgroen gekleurde onderzijde van zijn vleugels.

Maar rustend tussen de bladeren is hij toch niet gemakkelijk te ontdekken. De bovenkant van de vleugels is minder opvallend: bruin tot dofgrijs. Zodra hij landt vouwt hij zijn vleugels tegen elkaar, waardoor alleen de groene onderkant te zien is en daardoor net op een blaadje lijkt, vooral als hij op de blauwe bosbessenstruik zit. Het groentje komt algemeen voor in heel Europa, op schrale graslanden, heiden en bosgebieden. In Vlaanderen zijn de voornaamste leefgebieden van het Groentje droge en vochtige heiden, maar in het zuidoosten van Limburg is een populatie aanwezig op een kalkgrasland. De vlinder vliegt in één generatie per jaar van begin mei tot eind juli (met een piek tussen 10 mei en 10 juni). De wijfjes zetten de eitjes afzonderlijk af op of in de onmiddellijke omgeving van blad- of bloemknoppen, van verschillende struikachtige: Gewone dophei, Gewone brem, Blauwe bosbes, Struikhei, Sporkehout en Gaspeldoorn op heideterreinen en Geel zonneroosje en Gewone brem op kalkgrasland. De rupsen voeden zich met verse blaadjes, jonge scheuten en jonge vruchten, maar ook met kleinere soortgenoten (kannibalisme). De rupsen worden geparasiteerd door de sluipwesp Meteorus versicolor en door de sluipvlieg Cadurciella tritaeniata. De verpopping gebeurt aan de basis van de plant in de strooisellaag waar de poppen door mieren bedekt worden met strooiseldeeltjes. De poppen scheiden een zoete substantie af die de mieren aantrekt. De overwintering gebeurt als pop. De mannetjes van het Groentje verdedigen een territorium van op een 1-2 meter hoge uitkijkpost op een opvallende struik. Vaak worden jaar na jaar dezelfde struiken gebruikt om territoria te verdedigen. Het mannetje doet uitvallen naar elk passerend insect en kan daarbij zelfs zijn uitkijkpost verliezen aan een ander mannetje; dezelfde uitkijkpost kan dus door verschillende mannetjes gebruikt worden. Door hun groene onderkant zijn de vlinders moeilijk waar te nemen op de bladeren van de bomen of struiken. Wijfjes hebben een veel minder opvallend gedrag dan de mannetjes en zoeken traag en laag over de grond vliegend naar geschikte plaatsen om de eitjes af te zetten of nectarbronnen Vroeger werd de soort vooral in de Kempen en op enkele heideterreinen in Oost- en West-Vlaanderen waargenomen en ten zuiden van Brussel, waar vroeger in en rond het Zoniënbos verschillende heideterreinen lagen. Aangezien er in het Zoniënbos momenteel geen heide meer te vinden is, is ook het Groentje hier sinds 1974 niet meer waargenomen. Op enkele uitzonderingen in West- en Oost- Vlaanderen na, liggen alle huidige vindplaatsen in de Kempen. Het Groentje geniet geen wettelijke bescherming. Op de Vlaamse Rode Lijst staat de soort in de categorie Kwetsbaar.

Uitgiftedatum 6 oktober 2014
Formaat van de postzegel : 30 mm x 25 mm
Illustrator Marijke Meersman

Share on facebook